
Vraag een Belgische frituruitbater naar de beste frietaardappel en de kans is groot dat hij bintje zegt. Bintjes zijn in België bijna een synoniem voor goede frieten, en ook in Nederland kent iedereen de naam. Toch is de bintje van oorsprong een Nederlands ras, uit Friesland nog wel. Hier leest u de geschiedenis van de bintje aardappel, waarom hij zo geliefd is voor friet en hoe hij zich verhoudt tot de Agria, het ras waarvan wij het grootste deel van het jaar onze friet snijden.
De bintje werd gekweekt door Kornelis Lieuwes de Vries, een schoolmeester uit Suawoude in Friesland die in zijn vrije tijd aardappelrassen kruiste. Uit een kruising van de rassen Munstersen en Fransen, gemaakt in 1904, kwam een zaailing die hij verder selecteerde. Rond 1910 kwam het ras in de handel. De Vries vernoemde zijn rassen naar leerlingen, en deze kreeg de naam van Bintje Jansma.
Wat als liefhebberij begon, groeide uit tot een van de bekendste aardappelrassen ter wereld. De bintje werd decennialang op grote schaal geteeld in Nederland en ging de grens over naar België, Frankrijk en ver daarbuiten. Voor een ras dat meer dan honderd jaar oud is, is dat uitzonderlijk: de meeste rassen verdwijnen na enkele decennia weer van het veld.
De bintje heeft een gele schil, lichtgeel vlees en een ovale tot langwerpige vorm. Het is een kruimige aardappel: bij het koken valt hij makkelijk uit elkaar, en in de frituur geeft hij een droge, luchtige binnenkant. Die eigenschap maakt de bintje zo geschikt voor friet en puree, en minder voor gerechten waarbij de aardappel heel moet blijven. Meer daarover leest u bij kruimige aardappelen.
Het oude ras heeft ook nadelen. De bintje is gevoelig voor ziekten, met name de aardappelziekte (phytophthora), en vraagt daardoor veel zorg en gewasbescherming op het land. In de bewaring is hij gevoelig voor zoetworden bij lage temperaturen: er hopen zich suikers op, en suikerrijke aardappelen kleuren in de frituur sneller donker. Voor frietaardappelen is een goede, niet te koude bewaring dus extra belangrijk.
In België is de bintje verweven met de frietcultuur. Generaties frituristen hebben ermee leren werken en veel Belgen zijn ermee opgegroeid. De smaak is mild en vertrouwd, de binnenkant luchtig en de korst na twee keer bakken mooi krokant. Wie in België aardappelen koopt om frieten te bakken, komt de naam bintje nog altijd regelmatig tegen.
Die voorkeur is ook een kwestie van gewoonte en vertrouwen. Een frituur die jarenlang met bintje werkt, weet precies hoe het ras zich gedraagt: hoe lang het voorbakken duurt en bij welke kleur de friet klaar is. Een ander ras vraagt om bijsturen. Meer over de Belgische werkwijze leest u bij Belgische friet.
Agria is een Duits ras dat in de jaren tachtig op de markt kwam en in Nederland, Duitsland en België veel wordt gebruikt voor verse friet. Waar de bintje lichtgeel is, heeft Agria diepgeel vlees, wat in de frituur een warme, goudgele friet oplevert. De knollen zijn groot en langovaal, dus u snijdt er lange staven uit met weinig afval. Het drogestofgehalte is hoog, net als bij de bintje, waardoor ook Agria van binnen kruimig wordt.
Beide rassen geven een friet met een zachte binnenkant en een krokante korst. Het verschil zit vooral in de kleur, de maat van de knollen en de teelt: Agria is minder gevoelig voor ziekten dan bintje en laat zich goed bewaren, zodat er een groot deel van het jaar een constante kwaliteit beschikbaar is. Een bredere vergelijking vindt u bij aardappelrassen.
Bij Friet van Beus telen we geen bintje. We snijden onze friet van september tot en met juli van Agria en in het overgangsseizoen, in augustus, een aantal weken van de Frieslander, een vroeg ras met een kruimige structuur. Die keuze maken we omdat we het hele jaar verse friet van eigen aardappelen willen leveren, met zo min mogelijk verschil in kwaliteit. Waarom we op deze manier wisselen, leest u bij Agria of Frieslander.
Werkt u nu met bintje en bent u benieuwd hoe onze Agria zich in uw frituur gedraagt? Dan denken we graag mee over de overstap, het vet en de baktijden. Bel of app met Thijs op 06 23972300 of met Joost op 06 23055742.
De Friese schoolmeester Kornelis Lieuwes de Vries, die het ras kweekte, vernoemde het naar een van zijn leerlingen, Bintje Jansma.
Ja. De bintje is kruimig en geeft een luchtige binnenkant en een krokante korst. Het is al ruim een eeuw een klassieke frietaardappel, vooral in België.
Bintje heeft lichtgeel vlees, Agria diepgeel. Agria heeft grotere, langere knollen en is minder gevoelig voor ziekten. Beide zijn kruimig en geschikt voor friet.
Vooral door de gevoeligheid voor ziekten zoals de aardappelziekte, waardoor de teelt veel zorg vraagt. Nieuwere rassen zijn robuuster en leveren vaak grotere knollen.
Nee. Wij telen en snijden Agria en, in augustus, Frieslander. Beide rassen zijn kruimig en geschikt voor friet.
Bel of app met Thijs of Joost, of stel in een minuut uw aanvraag samen. U hoort snel van ons.
Aanvraag doen Neem contact opBel of app met Thijs op 06 23972300 of met Joost op 06 23055742, of doe direct een aanvraag. We denken graag met u mee.
Aanvraag doen Bel Thijs: 06 23 97 23 00